FA143: Grondwet als taaltruc: Artikel 120 beschermt zichzelf tegen verificatie
Het Feit
Artikel 120 beschermt de Grondwet tegen verificatie.
GRONDWET = GROND + WET. Grond is basis én eigendom/territorium; wet is regel. Artikel 120 GW: de rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen. Vertaling in scherpe zin: niemand mag in de zaal vragen of de wet over die grond wel klopt. De Grondwet beschermt zichzelf tegen verificatie: je moet geloven, je kunt niet toetsen. Zie FA68.
De Standaardverklaring
Artikel 120 voorkomt dat rechters politiek bedrijven. De wetgever is democratisch gelegitimeerd.
Waarom die verklaring niet klopt
1. Democratie zonder toets is circulaire
De wetgever steunt op de Grondwet; de Grondwet verbiedt toetsing van wetten daaraan. De cirkel sluit zich.
2. Woord suggereert soliditeit
“Grondwet” klinkt als fundament. Art. 120 maakt dat fundament onbereikbaar voor rechterlijke verificatie.
3. Vragen die niet mogen
“Op welke grond rust deze wet?” en “wie bezit de grond?” vallen buiten de toegestane toets in de zaal.
Directe bronnen en observaties
- Grondwet art. 120 (letterlijk).
- FA68, feitenblokken FA143.
Patroon
Wat niet getoetst mag worden, vraagt geloof. Noem dat bij de naam.
Gerelateerde FeitenAnkers
Aanvulling bij FA143? Bron, scherpere formulering of tegendraads inzicht, altijd naamloos.
Bijdrage indienen →