FA99 — Taal als instrument van bestuursdwang
Het CJIB gebruikt termen als ‘verzoek’ en ‘herinnering’ terwijl de inhoud dwingend is; hierdoor verdwijnt de grens tussen vrijwilligheid en dwang.
Toelichting: Het CJIB gebruikt termen als “verzoek” en “herinnering” terwijl de inhoud dwingend is.
Werkwoordstijden (“u moet”, “u krijgt”) plaatsen de lezer in een permanent nu, zonder juridisch begin of einde.
Morele taal (“belangrijk”, “voorkomen”, “helpen”) vervangt juridische onderbouwing; het wordt gedragssturing in plaats van rechtstoepassing.
De brief begint met een schijn van keuze, maar eindigt in bevelstaal (“u moet twee dingen doen”).
Hierdoor verdwijnt de grens tussen vrijwilligheid en dwang — precies het tegenovergestelde van wat het recht behoort te waarborgen.
Taal wordt zo een instrument van bestuursdwang: door dwang te verpakken als vrijwilligheid, wordt de juridische grondslag verhuld.