FA157 — Onvervreemdbare Rechten Impliceren Onvervreemdbare Plichten
Het Feit
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens erkent de inherente waardigheid en de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap als grondslag voor vrijheid, gerechtigheid en vrede. (Amnesty International)
Artikel 1: Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. (College voor de Rechten van de Mens)
De logische uitbreiding — directe observatie
Artikel 4 van de Franse Verklaring van 1789: de vrijheid bestaat daaruit, alles te kunnen doen wat een ander niet schaadt. De uitoefening van de natuurlijke rechten van ieder mens heeft alleen deze grenzen die aan de andere leden van de maatschappij het genot verzekeren van dezelfde rechten. (Historiek)
Artikel 5: de wet heeft slechts het recht handelingen te verbieden die schadelijk zijn voor de maatschappij. Alles wat niet door de wet verboden is kan niet worden verhinderd en niemand kan gedwongen worden te doen wat de wet niet verordent. (Historiek)
De Standaardverklaring
Plichten bestaan alleen via wetgeving opgelegd door de staat. Zonder wet geen plicht.
Waarom die verklaring niet klopt
Als plichten alleen bestaan via wetgeving, dan zijn rechten ook alleen geldig via wetgeving. Dat maakt beide vervreemdbaar — afhankelijk van wie de wet schrijft. Dat is intern tegenstrijdig met het begrip onvervreemdbaar, zoals erkend in dezelfde documenten waarop het rechtssysteem zich beroept.
De directe conclusie
De enige logisch houdbare plicht is: geen andere levende mens schaden. Elke overheidshandeling die een mens dwingt of verbiedt zonder aantoonbare benadeelde medemens, staat in directe tegenspraak met de brondocumenten waaraan het systeem zelf zijn legitimiteit ontleent.
Het systeem gebruikt zijn eigen fundament niet.
Directe bronnen
- UVRM 1948 (VN)
- Franse Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger 1789, artikelen 4 en 5
- Artikel 365 Sr: de ambtenaar die door misbruik van gezag iemand dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie. (InView)
Cruciaal commentaar
Het woord “wederrechtelijk” is hier als bestanddeel overbodig, omdat geen ambtenaar ooit gerechtigd is misbruik te maken van zijn gezag. (InView)
De verbinding
De wet erkent zelf dat dwang zonder rechtvaardiging door een ambtenaar een misdrijf is. Combineer dat met artikel 4 en 5 van de Franse Verklaring van 1789 — geen handeling mag verboden worden tenzij zij schadelijk is voor de maatschappij — dan volgt logisch:
Elke ambtenaar die een levend mens dwingt iets te doen of laten waarbij geen benadeelde medemens aanwijsbaar is, pleegt een misdrijf onder art. 365 Sr.
Het instrument om het systeem aan te spreken staat dus in het systeem zelf. En wordt niet gebruikt.
Zie ook:
- FA188 — Alleen Vastgestelde Feiten Dragen Rechtsgevolg
- FA192 — Zwijgen is Geen Toestemming
- FA196 — Afdwinging Zonder Consent is Macht in Wording